Ashok Bhalotra
Reeds in 1988 heeft Bhalotra (verbonden aan het bureau Kuiper en Compagnons uit Rotterdam),
oorspronkelijk uit India afkomstig, belangrijke opdrachten verkregen: hij is de
ontwerper van de nationale luchthaven van het sjeikdom Dubai, de King Saud
Universiteit in Saudi Arabië en een stadhuis in New Delhi. Daarnaast won
hij diverse prijzen (o.a. ontwerp stad Abu Nusseir Jordanië, Hallengebied
Parijs).
In Nederland kwamen er ontwerpen voor woonwijken in Etten-Leur, Monster,
Vlaardingen, Zuilenstein/Nieuwegein en recreatiegebieden in Amsterdam en
Honselaarsdijk. Een van de laatste opdrachten betreft de herinrichting van
Amsterdam Zuid-Oost (Bijlmermeer).
Bhalotra is verantwoordelijk voor het hoofdontwerp van Kattenbroek. Voor
Kattenbroek neemt Bhalotra zich voor dit keer geen doorsnee of gemiddelde wijk
te ontwerpen. Het centrale thema voor Kattenboek wordt ‘Reizen en thuis
zijn’.
Enkele architecten van deelplannen (overzicht niet compleet!):
Leo Heijdenrijk (Herfstveld - Ruïnewoningen, Castellum/Kubus, deel van het
Masker, Ravelijn, Brugwoningen en de Kreken)
Maarten Min (De Witte Wal, de Boerderijhof )
Frans van de Seyp, buro Kokon, Den Haag (De Woonboot en het Fort)
Peter van Woerkom en Hans Been, arch.buro Inbo (Singelwoningen, woningen aan de
Ring)
Gert-Jan Hendriks (deel van het Masker, de Houseboat )
Jan de Graaf van Olga (Boerderijenkamer)
Jan Poolen van M. Bakker (patiowoningen)
Hein van Meer (180 woningen aan Hof der Reflectie en Hof der Herinnering)
Hans van Beek en Sjo van den Erenbeemt (woon- en winkelcentrum Emiclaer)
Emilio Chlimintzas (diverse villa’s, woon/winkelflat aan het Masker)
Berry Dillen (wintertuin Basilica)
Kwaliteit van het wonen
Kwaliteit heeft voor het beleidsteam hoog in het vaandel gestaan. Er is voor
Kattenbroek een eigen straatnaambord, informatiepaneel en een straatlantaarn
ontwikkeld. De lantaarn overigens, wordt onder de naam ‘Amersfoort’
met succes op de markt gebracht.
Om te voorkomen dat de diverse delen van de wijk een lappendeken zouden worden
werd de opdracht tot uitvoering vaak gegeven in de vorm van contractgebieden.
Ontwikkelaars moesten het gehele gebied integraal opleveren zodat woonlokaties
werden verweven met de openbare ruimte.
Daarnaast is kwaliteit geboden in een grote variatie van woningen en
woonvormen. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de Wintertuinen aan de Laan
der Hoven, de verschillende woningen voor ouderen (Castellum bijvoorbeeld),
kleine huishoudens en gezinnen, met of zonder extra werkruimte, kantoor of
atelier.
Het aardige van de wijk is verder dat gebouwd is van sociale woningbouw tot
vrije sector (laatste vrij weinig), er een groot deel sociale woningbouw is en
dat alles door elkaar staat: voorbeeld is de Hof der Liefde waar koophuizen van
vier ton rug aan rug staan met sociale woningbouw. Het is ook zeker niet zo dat
de mooiste plekjes zijn weggelegd voor de vrije sector. Een en ander heeft tot
gevolg gehad dat Kattenbroek voor veel mensen een bewuste keuze is geworden.
Stille Steeg
Wij doen maar de helft van de Stille Steeg, vertelt Jan de Graaf van OLGA.
De andere helft wordt - heel toevallig - ook door een Gronings bureau
ontworpen, door Bonifacius.
De Stille Steeg moest voor wat betreft de maat en de inrichting afwijken van de
rest in het deelplan. Wij vonden dat de steeg wel licht moest hebben, en dat-ie
anders moest worden dan een straat. Over de breedte van de steeg is veel te
doen geweest, in verband met de voorschriften. Wij wilden hem liever veel en
veel smaller zien. Uiteindelijk is-ie zeven meter breed geworden. Nou ja. We
hebben gekozen voor de herhaling van een knikhoek, zodat de doorkijk in de
straat wordt belemmerd. Dan houd je tenminste een beetje het verrassingselement
en dat was toch het uitgangspunt. Om het steegeffect nog meer te benadrukken
hellen de zuidelijke woningen een beetje over, ze steken uit. De bestrating
krijgt een nadrukkelijk profiel en een niveauverschil. Er komen geen
auto’s, wel fietsers en bromfietsen. En voetgangers natuurlijk’
.
De woningen, 47 in getal, worden eengezinswoningen, premie A en twaalf op de
hoeken premie C, met een éénmalige bijdrage. De woonkamers komen
aan de tuinkant, vanwege de privacy. De keukens aan de straatkant.
Verkeerde plek
Het is voor het eerst dat de architecten van OLGA vanuit een concept werken.
Want zo mag je de nieuwbouwwijk Kattenbroek toch wel omschrijven. De Graaf: We
hadden al wel in allerlei teams gewerkt, maar nog nooit op deze manier, nog
nooit met zo’n duidelijke stedebouwkundige filosofie erachter. We werden
gevraagd of we tijd hadden voor Kattenbroek. Nou, zo’n project moet je
altijd doen natuurlijk. Er is al het een en ander over geschreven in de
vakpers, het had onze belangstelling.
Toen we de plaatsen kregen toebedeeld, dachten we aanvankelijk dat we op de
verkeerde plek in het plan terecht waren gekomen. We zijn nogal rationalistisch
ingesteld en de Stille Steeg heeft iets van historie, terug naar het verleden.
Maar gelukkig konden we de steeg op onze eigen manier invullen.
De sessies met stedebouwkundige Bhalotra hadden een stimulerend effect op ons.
Bhalotra verstaat de kunst om een probleem op te pakken, het om en om te
draaien en er dan iets positiefs van te maken, een mogelijkheid. Hij hield
helemaal niet onze hand vast tijdens de ontwerpfase. Gaf wel een oordeel, maar
van een man met visie kun je dat goed hebben. De stichting en bouwmaatschappij
Heymans hebben ook een behoorlijke bijdrage aan het ontwerp gegeven.
Kattenbroek is zo leuk, omdat er wordt gebouwd op basis van thema’s, waar
je als architect door wordt gevoed. Dat spreekt me aan. Werken met associaties,
in beeld of taal, was iets nieuws voor me. Het is jammer dat er weer zo
geknepen moest worden op de budgetten. De leuke accenten die daardoor moesten
vervallen, maken een ontwerp juist stedebouwkundig de moeite waard. Eigenlijk
zou je het geld anders moeten verdelen zodat je iets meer per woning
beschikbaar hebt, al is het maar één- of tweeduizend gulden. Van
tevoren vastgestelde budgetten staan haaks op de bevlogen filosofie over
Kattenbroek. Er moest hard onderhandeld worden en daar zaten wij bij. Dat is in
andere gevallen nooit zo. Ik vond het fijn dat we partners waren, dat we als
zodanig werden behandeld, want ook wij hebben de deskundigheid in huis.
Maarten Min
In Kattenbroek als een vis in het water
Voor het eerst in vijf jaar hebben we weer sociale woningbouw ontworpen en op
een inspirerende manier. Ik was daar in het verleden een beetje in vastgelopen
en heb dus maar even een pauze genomen. Onze benadering bij het ontwerpen wordt
vaak niet begrepen. Bij Ashok Bhalotra voelde ik me thuisgekomen. Bij hem wordt
gevoel en verstand gelijkwaardig gewogen. Het hele bouwteam voor Kattenbroek
heeft trouwens respect voor de architect en daar voel ik me prettig bij.
Maarten Min van Min 2 Produkties uit Bergen is een van de architecten die meewerkt aan Kattenbroek deelplan 1A. Hij heeft er woningwetwoningen, premiekoop- en vrije sector koopwoningen voor getekend. Min heeft zichzelf altijd al geprofileerd als een conceptueel architect en had al eens eerder in Berlijn vanuit een concept gewerkt. Maar nog nooit in een dergelijke stedebouwkundige situatie. Ik voel me dan ook als een vis in het water. Heel Kattenbroek wordt opgezet als één geheel, vanuit een concept dat door stedebouwkundige Bhalotra is ontworpen. Kattenbroek heeft heel wat verschillende sferen, alle ideeën uit de stedebouw zijn gebruikt - en door elkaar. Maar Bhalotra heeft er wel vorm aan gegeven, Kattenbroek is een soort compositie geworden. Ik heb me natuurlijk wel verdiept in de filosofie die achter Kattenbroek zit, maar in ons gebied is die niet zo terug te vinden. Daarom hebben we zelf dingen toegevoegd aan het aan ons toegewezen binnengebied, bijvoorbeeld de Boerderijhof. Dat had eerst nog wat voeten in de aarde. Maar die frictie werd door Bhalotra in iets positiefs omgezet en het resultaat is de moeite waard. Je voegen in de situatie en er iets aan toevoegen, daar gaat het om. Elk woningblok heeft zijn eigen sfeer, een eigen naam. Wat op grote schaal het gebied interessant maakt, is ook op kleine schaal doorgevoerd.
Aan deelplan 1 A van Kattenbroek werken drie architectenbureaus mee.
Eén daarvan is Architektenkollektief Heijdenrijk uit Amersfoort. Het
kollektief neemt 38 woningen in het Masker voor zijn rekening, 39
eengezinswoningen vlak daarachter en één van de bijzondere
objecten in het plan, een Kubus waarin 22 woningen komen. Maart 1990 wordt met
de bouw begonnen.
Het Masker in Kattenbroek is het symbool van de anonimiteit van de stad, maar
het geeft tegelijkertijd aan dat er méér te verwachten is. Loop
of rijd je erdoor, dan word je verrast. Leo Heijdenrijk: Stedebouwkundige
Bhalotra ziet het Masker als een vervreemdend effect in de wijk. Voor ons
betekent het dat je de afzonderlijke huisjes in de gevel niet meer ziet. Als je
vanaf de overkant van de vijver naar het Masker kijkt, zie je één
groot totaal. De gevel van de Maskerwoningen van Heijdenrijk suggereert een
paleis met pilaren. Dat komt door het metselwerk en de borstwering. Er is veel
glas en glasachtig materiaal in de pui verwerkt en de buitenkant wordt licht
met kleuraccenten. Per portiek komen er zes woningen en die zijn voor een deel
zelf in te delen door de huurder. De portiekwoningen hebben als verbindend
element twee eengezinswoningen over een poort met hobby- of werkruimte. De
fietsberging en de ruimte voor de vuilniscontainer zijn verborgen, geheel in
lijn met de gedachte van het Masker. De Maskerwoningen hebben twee, drie of
vier kamers.
In het Masker worden huurappartementen gebouwd.
De twee andere architectenbureaus werken ook mee aan het Masker, ieder op zijn
eigen wijze. Heeft stedebouwkundige Bhalotra, verantwoordelijk voor het totale
concept van Kattenbroek, constant aanwijzingen gegeven hoe het volgens hem zou
moeten? Hans Hermes van collektief Heijdenrijk: Bhalotra heeft wel lopen duwen
en trekken om onze ontwerpen een beetje op één lijn te krijgen.
Maar verder heeft hij niet over onze schouder meegekeken. Natuurlijk overleg je
onderling, je reageert op elkaar. Bhalotra wilde een gevel vóór
de gevel, een loze gevel in het Masker. Dat bleek te duur te zijn. In ons
ontwerp is nog wel iets van die gedachte terug te vinden.
Hoe is het voor architecten om aan een totaalplan als Kattenbroek mee te
werken? Heijdenrijk: Het is gemakkelijker werken met een thema, vind ik. Je
kunt er op je eigen manier mee omspringen. Hermes: Het bijzondere aan
Kattenbroek is dat er zelden voor zo’n groot gebied één
plan wordt gemaakt. En Bhalotra is een spirituele man die iets over kan
brengen.
Ontwerper en animator Bhalotra voelt niets voor doorsnee of gemiddeld
Een beetje eng vindt-ie het wel, alle lof die plan-Kattenbroek krijgt
toegezwaaid. Heel angstig ook. Het wordt gewoon een hele normale woonwijk.
Laten we alsjeblieft niet overdrijven, relativeert stedebouwkundige Ashok
Bhalotra van bureau Kuiper Compagnons het plan. Je kunt bijna niets bijzonders
doen, de normen die worden gesteld zijn keihard en er is weinig geld.
Bijzondere mensen en een bijzonder klimaat leveren de inspiratie, maar die
wordt beschadigd door de normen waaraan per se moet worden voldaan. Normen en
ambities botsen voortdurend met elkaar.
Ondanks deze relativerende opmerkingen wordt plan Kattenbroek alom beschouwd
als een bijzonder plan. Een concept voor een wijk met zo’n 4.650
woningen, een wijk waarin fantasie, spanning en geborgenheid hand in hand gaan.
Vijf elementen moeten dat bevorderen: het Masker, de Laan der Hoven, de
Verborgen Stad, de Ring en de Kreek. De uitwerking van deelplan 1 A door een
aantal architecten ziet er veelbelovend uit. In dat deelplan bouwt ook de SCW.
Volgens Bhalotra moet een nieuwe wijk een reflectie van de oude stad zijn,
aangevuld met aspecten van het heersende cultuurklimaat. Toen ik in Amersfoort
kwam en de binnenstad zag, dacht ik: zoiets kunnen we niet meer maken. Dus ging
ik op zoek naar ingrediënten uit de oude stad, thema’s die terug
kunnen komen in het nieuwe plan. Zo doet de Ring denken aan de ronde oude
binnenstad en is de Laan der Hoven geïnspireerd op hofjes zoals dat van
Armen de Poth.

Het is jammer dat je een oude stad niet kunt kopiëren. Wat je wel kunt
doen is het oude verbeteren en er iets aan toevoegen. Je bent dan wel arrogant
bezig, want wij hebben over het algemeen weinig historisch besef. Vergelijk
Nederland in dat opzicht maar eens met Engeland! Een man als Asselbergs in het
team is daarom ideaal. Hij kent Amersfoort beter dan wie ook. Het team, dat is
het Beleidsteam Kattenbroek (BTK) met vertegenwoordigers van de gemeente, de
woningbouwcorporaties, de Kamer van Koophandel en het Algemeen Burgerlijk
Pensioenfonds. Het BTK is de aanspreekbare persoon voor Bhalotra. De
spiritualiteit van de opdrachtgever is héél belangrijk, vindt
Bhalotra. De opdrachtgever moet stimuleren. Met dit beleidsteam hebben wij heel
erg geboft. Soms gaat het enthousiasme van het team heel ver en dan moet je de
mensen afremmen. Je moet toch met één been op de grond blijven
staan. Ik geloof dat we wederzijds in onze nopjes zijn met elkaar. De
kennismaking was voor mij en mijn twee collega’s al een feestdag. We
hadden alle drie dezelfde reactie: ook als het niks wordt met de opdracht, dan
was het een leuke dag!
Expliciet
Natuurlijk verschillen we binnen het BTK van mening. Maar we sturen nooit aan
op een compromis. Eén van de meningen wint het, op basis van argumenten.
We kiezen voor het expliciete, niet het gemiddelde. Er wordt soms ongezouten
kritiek geleverd, maar er wordt nooit boos weggelopen. Ik heb binnen het team
de moeilijke rol van animator op me genomen. Je komt arrogant over als je hoge
eisen stelt op alle niveaus. Die rol heb ik aanvaard, ik wil graag ge- en
misbruikt worden als dat het plan ten goede komt’ .
De vraag, moet dat nou? is geen goede vraag, vind ik. Móet het rond
zijn? Nee, maar mag het? Elke keuze is natuurlijkte kritiseren. Op de doorsnee
is niks aan te merken, met expliciete keuzes loop je risico. Maar dat vind ik
niet erg.
Er moeten natuurlijk gewoon woningen komen, gebonden aan de normen, aan de
eisen van de bewoners en voor een betaalbare prijs. Maar in de
ontwikkelingsfase kun je het materiele en het immateriële in elkaar laten
overvloeien. Wat je ook doet uiteindelijk en hoe je ook bouwt, je moet je ziel
erin stoppen. De mooiste architectuur vind je terug in de armste dorpen waar
ook ter wereld, domweg omdat de mensen hun ziel erin hebben gelegd. Het
karakter van een wijk, een buurt of een straat wordt natuurlijk mede bepaald
door de toekomstige bewoners. Je loopt de kans dat ze saaie schuttingen
neerzetten op een plaats die jij juist als weids en open had gedacht. Maar
waarom geen informatiecentrum neergezet in Kattenbroek? Mensen die gaan
verhuizen geven gemiddeld zo’n tienduizend gulden uit aan stoffering,
beplanting en dergelijke. In zo’n informatiecentrum kun je ze laten zien
hoe het ook kan, hoe de lijnen van het oorspronkelijke ontwerp kunnen worden
voortgezet. Dat kan met hagen, lage muurtjes … kijk eens in
de(sub)tropen! Daar vergapen we ons aan hele kleine patiootjes, boordevol
planten. Maar wat daar kan, kan hier ook, ook al schijnt hier niet aldoor de
zon. Maar wij willen minstens tien meter hebben ... Je kunt de betrokkenheid
van de huurders ook stimuleren door ze bijvoorbeeld zelf het onderhoud aan de
woningen te laten doen. Stel daarvoor het geijkte budget beschikbaar. Moet je
eens zien wat er dan gebeurt!
Reizen en thuiszijn
Volgens Bhalotra wordt de cultuur van de Nederlandse samenleving gekenmerkt
door een openheid naar buiten, alles weten en zien, reizen. Maar dezelfde
Nederlander zegt ook lekker weer in mijn eigen bed. Nederland is
multicultureel, multi-raciaal, dat betekent voor de toekomst open denken. Het
thema van Kattenbroek is dan ook reizen en thuiszijn.
De Amersfoorter is nog nuchterder dan mensen in het westen van het land. Hier
lijken ze van precisie te houden, niets mag fout gaan. Die drang naar perfectie
belemmert soms de impulsen, de intuïtie. Je moet een stad ook met een
knipoog kunnen bouwen. Niet alles hoeft even mooi en perfect te zijn. Geen
ideaalstad, alsjeblieft niet, dat wordt reuze saai! Mooi en lelijk moeten door
elkaar komen. Je moet spelenderwijs met de stad omgaan. Wij zijn zo rationeel
geworden, het is moeilijk om daar onderuit te komen. Je moet niet zeggen: de
mensen zien dat toch niet. Als een paar mensen die schoonheid wél zien,
dan is dat al voldoende. Bhalotra is van mening dat de mens inspiratie opdoet
uit zijn directe omgeving.
